Fuik op Texel

Het legen van de fuikIn 1959 legde het toenmalige Zoölogisch Station (nu NIOZ) de basis voor de huidige vismonitoring in de Waddenzee. Er kwam een lokale visser uit het zuiden van Texel in dienst, de laatste plaatselijke visser die gespecialiseerd was in het vissen met een zogenaamde ‘komfuik’.  Hoewel de methodiek in alle jaren gelijk bleef, visten hij en zijn latere collega’s in de beginjaren op verschillende locaties en met verschillende type netten. Vanaf 1974 gebruiken de vissers alleen nog de komfuik bij de Stuifdijk, op de kop van Texel in het Marsdiep.

Komfuik

Een komfuik bestaat uit een lange schutwant met een komvormige kamer.  De komfuik bij de Stuifdijk heeft een schutwant van 200 meter en twee kamers. De maasgrootte van de fuik varieert van 20 x 20 millimeter tot 11 x 11 millimeter. De bodem van de kamers kunnen opgetrokken worden, zodat de vissers de vis gemakkelijk kunnen verzamelen.

Dagelijks legen

De vismonitoring start jaarlijks vanaf maart of april. De komfuik blijft in het water tot oktober, al maken grote aantallen kwallen en wadslakken het in de zomer soms onmogelijk om te vissen. In de winter halen de vissers de komfuik uit het water, vanwege de schade die het net door ijsvorming kan oplopen.  In de periode dat de komfuik in het water ligt, halen de vissers hem elke dag leeg. Ze legen de netten in een plastic container van 100 liter en nemen deze mee terug naar het NIOZ. Alleen bij zeer zware weersomstandigheden slaan de vissers noodgedwongen een dag over.

Tellen en meten

Eenmaal terug in het laboratorium van het NIOZ, sorteren de vissers direct de vangst. Ze identificeren de soort en meten de lengte van elke vis, afgerond op hele centimeters. Ook noteren zij de aantallen per soort. Wekelijks analyseren de vissers hun vangst wat uitgebreider. Dan noteren zij ook geslacht, gewicht en leeftijd. Ze bewaren alle gegevens in Excel en jaarlijks voegen zij de data toe aan de database. Onderzoekers gebruiken deze grote dataset voor verschillende analyses.

Meer meetpunten nodig

De gegevens van de fuik op Texel zijn van grote waarde, maar deze reeks geeft het beeld van de visstand op één enkele locatie. Het is wenselijk om de ontwikkelingen op meer plaatsen te kunnen volgen. De initiatiefnemers werken daarom aan het uitbreiden van het aantal monsterpunten om zo een completer beeld van de visstand van de Waddenzee te krijgen. 

Takkenfuik op TerschellingFuik op Terschelling

Vanuit deze ambitie is in 2013 met een bevlogen groep eilanders op Terschelling gestart met een tweede onderzoeksfuik. Het betreft hier een klassieke takkenfuik die vroeger veel op de wadplaten onder de Waddeneilanden werd gebruikt. Na een proefperiode van een half jaar zullen ook de vangstgegevens van deze fuik worden gepubliceerd op deze website. Dit betekent dat vanaf januari 2015 de eerste gegevens op deze site zullen verschijnen.

Fuik in oostelijke Waddenzee

Met de onderzoeksfuik van het NIOZ op Texel en een fuik onder het eiland Terschelling is vooral het oostelijke deel van de Waddenzee nog een ‘blinde vlek’. De initiatiefnemers van deze website hopen binnenkort met lokale partijen hier een derde onderzoeksfuik te kunnen realiseren zodat de visstand van de Waddenzee nog beter in beeld kan worden gebracht .