Onderzoek naar trekvissen van de Waddenzee


De oude trekroutes naar het brakke en zoete water om daar eitjes af te zetten zijn de laatste eeuwen steeds moeilijker begaanbaar geworden. Zeearmen werden zoet door de aanleg van dijken, gemalen en pompen. Met als resultaat een verarmde trekvisstand in de Waddenzee. De massale intrek van spiering, haring en ansjovis waarover geschreven wordt bij de Zuiderzeevisserij kennen we al bijna een eeuw niet meer. Ze zijn er nog wel maar in aantallen die in het niet staan van die van enkele decennia geleden.

In de analyse van het Waddenfonds staan vier vragen centraal:
1. In hoeverre zijn langjarige ontwikkelingen in bestanden van trekvissen in de Waddenzee beïnvloed door het opwerpen van barrières en het creëren van passages voor trekvissen langs de waddenkust?
2. Wat is de ruimtelijke verdeling van trekvissen in de Waddenzee, en wat betekent dit voor de meest zinvolle en kansrijke locaties voor additionele vismigratieprojecten?
3. Wat is het lot van trekvissen in de Waddenzee, en in hoeverre wordt dit beïnvloed door maatregelen (geleidelijke zoet-zoutovergangen, visvriendelijk sluisbeheer, visserij)?
4. Wat zijn de kosten en baten van verschillende maatregelen t.b.v. verbeteringen in de populaties van trekvissen in de Waddenzee?

Eind dit jaar worden de resultaten van de analyse van het Waddenfonds opgeleverd en vormen ze de basis voor de criteria van het Waddenfonds voor toekomstige aanvragen bij het fonds voor vismigratie herstelprojecten.
Publicatiedatum: 15-10-2015