Een paspoort voor elke soort

Afbeelding 1 van 2

Bot

Platichthys flesus

maximaal 60 cm
maximaal 14 kilo
tot 15 jaar
wormen, kreeftachtigen, kleine visjes en schelpdieren

Levenscyclus

De bot brengt een groot deel van zijn leven door op de bodem van de Waddenzee, met een voorkeur voor de brakke estuaria en riviermondingen. ’s Winters trekt hij naar dieper, warmer water in de Noordzee, waar hij in het voorjaar paait. Hierbij legt het vrouwtje afhankelijk van haar lengte tot 2 miljoen eitjes. Daarna trekt de bot weer naar het ondiepe water van de Waddenzee. De eitjes komen na ongeveer een week uit en de drie millimeter lange larven drijven ook de Waddenzee binnen. Als de larven zeven tot tien millimeter lang zijn, ondergaan zij een metamorfose waarbij het linkeroog naar de rechterzijde verschuift. De jonge bot daalt naar de bodem en gaat op zijn linkerzijde zwemmen. Veel jonge botten trekken naar het zoete water van het IJsselmeer of de rivieren. Als hij rond de drie jaar oud en ongeveer 25 centimeter lang is, wordt de bot geslachtsrijp en trekt weer naar de zee. De bot is voornamelijk ’s nachts actief, overdag ligt hij ingegraven in het zand. In de winter eet en groeit de bot bijna niet.

Bijzonderheden

Platvissen, dus ook de bot, kunnen zich camoufleren door de kleur van de bodem aan te nemen. Zo zijn zij onzichtbaar voor hun prooi.
De bot is naaste familie van de schol. Omdat de paaigebieden van de bot en de schol kunnen overlappen, komen er kruisingen van beide soorten voor.

©Bron van de afbeeldingen: 1.Sportvisserij Nederland,   2.www.eol.org 

Aanwezigheid in de Waddenzee

Aantal botten per vangdag in de afgelopen 50 jaar: