Een paspoort voor elke soort

Afbeelding 1 van 2

Dikkopje

Pomatoschistus minutus

maximaal 11 cm
onbekend
tot 3 jaar
voornamelijk roeipootkreeftjes, vlokreeften, aasgarnalen en vissenlarven

Levenscyclus

Het dikkopje is een kleine grondel die vooral in de herfst veelvuldig in de Waddenzee voorkomt. Als het water ’s winters onder de 2,5 °C zakt, trekt hij naar de Noordzee. Deze bodemvis paait in de zomer, waarbij het vrouwtje haar eitjes in een lege schelp legt. Het mannetje bewaakt de eitjes, die na tien dagen uitkomen. De larven zijn drie millimeter lang en zweven vrij door het water. Bij een lengte van ongeveer 17 millimeter dalen zij af naar de bodem. Het dikkopje is na een jaar geslachtrijp.

Bijzonderheden

Het dikkopje heeft onder zijn buik een zuignap waarmee hij zich aan stenen op de bodem kan vastzuigen.
Een groot mannetje heeft tijdens de paaitijd en broedzorg veel mooiere kleuren dan het vrouwtje. Een klein mannetje heeft deze mooie kleuren niet. Hij maakt ook geen eigen nest, maar glipt stiekem bij zijn grote soortgenoot het nest binnen om de eitjes te bevruchten.

 

©Bron van de afbeeldingen: 1. Sportvisserij Nederland,  2. www.eol.org
Filmpje: Stichting Natuurbeelden

Aanwezigheid in de Waddenzee

Aantal dikkopjes per vangdag in de afgelopen 50 jaar: