Een paspoort voor elke soort

Afbeelding 1 van 2

Schol

Pleuronectes platessa

maximaal 100 cm
maximaal 7 kilo
tot 50 jaar
kleine kreeftachtigen, wormen en schelpdieren

Levenscyclus

De schol is een bodemvis die de Waddenzee als kinderkamer gebruikt. Maar liefst 75% van de schollen in de Noordzee groeit op in de Waddenzee. Hij paait in de Noordzee van januari tot april bij een watertemperatuur van 6°C. Afhankelijk van haar lengte, legt het vrouwtje 50.000 tot 500.000 eitjes. De eitjes zweven vrij in het water en komen na 10 tot 20 dagen uit. De larven zijn ongeveer vijf millimeter groot en drijven naar de Waddenzee. Na één tot twee maanden zijn de larven acht tot tien millimeter en ondergaan een metamorfose, waarbij het linkeroog verschuift naar de rechterzijde. De jonge schol daalt af naar de bodem en gaat op één zijde zwemmen. Naarmate hij ouder wordt, trekt hij geleidelijk naar dieper water in de Noordzee. De schol is geslachtsrijp bij een leeftijd van ongeveer drie jaar en zoekt dan zijn geboortegrond weer op. Hij is zijn voornamelijk ’s nachts actief, overdag ligt hij ingegraven in het zand. In de winter eet en groeit de schol bijna niet.

Bijzonderheden

Platvissen, dus ook de schol, kunnen zich camoufleren door de kleur van de bodem aan te nemen. Zo zijn zij onzichtbaar voor hun prooi.
In de jaren ’50 werd het vrouwtje geslachtsrijp bij een lengte van 27 tot 41 centimeter. Vanwege de visserijdruk heeft de schol zich aangepast om meer kans op jongen te krijgen. Nu wordt het vrouwtje geslachtsrijp bij een lengte van 25 tot 37 centimeter.
De schol is naaste familie van de bot. Omdat de paaigebieden van de schol en de bot kunnen overlappen, komen er kruisingen van beide soorten voor.

©Bron van de afbeeldingen: 1. Sportvisserij Nederland,  2. www.eol.org

Aanwezigheid in de Waddenzee

Aantal vissen per vangdag in de afgelopen 50 jaar: